Iedereen zou er één moeten hebben: een piercing-partner. Dat is iemand met wie je kunt praten, lachen, huilen en... piercen. Sinds maart 2007 heb ik een piercing-partner. Althans, we doen alles wat piercing-partners doen, behalve piercen. Want hij durft niet zo goed. Ik wel. Maar wel met hem. Hij is immers mijn piercing-partner.
Als klein, lelijk veertienjarig pubertje had ik altijd al een piercing gewild. In mijn tong. Toen Catharine nog op tv was en er een keer een aflevering gewijd was aan dé piercing, riep ik tegen mijn moeder dat ik er ook één wilde in mijn tong. "Ach, moet je zelf weten. Het is jouw tong". Hmm. Dacht ik een keer rebels te zijn, verpest moederlief het. Dus dat werd uiteraard van de baan geveegd. Niks spannender dan iets doen wat niet mag.
Toen ik eindelijk de leeftijd had bereikt en je wettelijk andere lichaamsdelen behalve je oorlellen mag doorboren met chirurgisch staal zonder toestemming van volwassenen (lees: ouders), dacht ik: nou ja, kan altijd nog. En zo is het altijd in mijn gedachten gebleven. Zij het, ver, ver weg.
Totdat ik hoorde dat een vriend van mij, mijn huidige piercing-partner, wellicht een piercing wilde, toen is het piercing verhaal weer gaan leven. Maar het komt er niet van. Ik had namelijk gezegd: "ik ga met je mee en zet er ook één!". Maar hij belt maar niet. Zelfs niet als ik een geweldige aanbieding zie van slechts € 32,50!
Dus tot zover mijn piercing-partner. Misschien dat we ooit in de toekomst het puntje op de i (oftwel: de piercing door de neus/wenkbrauw/lip/tong) zetten op onze piercing-vriendschap door werkelijk een piercing te nemen en ons te onderscheiden in deze maatschappij.
1 opmerking:
Gatsie, je mag geen tongpiercing hoor! Doe maar één door je tepel ofzo.
Een reactie posten